In 2009 werd de derde EMAS-Verordening (1221/2009) gepubliceerd. Het gebruik van milieuprestatie-indicatoren in de milieurapportering is hierdoor voortaan een verplichting.
Overzicht van de verplichte indicatoren:
| MILIEU-INDICATOR | EENHEID |
| Energie-efficiëntie: | |
| Totale jaarlijks directe energieverbruik | kWh/m² (GJ/m²) of kWh/VTE |
| Totale hernieuwbare energiegebruik | % |
| Materiaal-efficiëntie: | |
| Jaarlijkse massastroom gebruikte materialen (papier) | kg/VTE |
| Water: | |
| Totaal jaarlijkse waterverbruik | m³/VTE |
| Afval: | |
| Totale jaarlijkse afvalproductie | kg/VTE |
| Totale jaarlijkse productie van gevaarlijk afval | kg/VTE |
| Emissies: | |
| Totale jaarlijkse emissies van broeikasgassen | Ton CO2-eq/VTE |
| Totale jaarlijkse uitstoot in de atmosfeer | Ton/VTE |
| Biodiversiteit: | |
| Landgebruik (bebouwd gebied) | % (m² bebouwd gebied/m² totaal gebied) |
Deze indicatoren zijn een verplichting voor elke EMAS-geregistreerde overheidsdienst (voor zo ver ze van toepassing zijn). Deze verplichting maakt het mogelijk om de resultaten van de verschillende diensten te vergelijken en te komen tot zogenaamde ‘kengetallen’.
In 2011 voerde de POD DO een benchmarking uit m.b.t. gemeenschappelijke kengetallen.
Met deze benchmarking trachtte de POD DO in een gezamenlijk overzicht:
- een gemiddelde waarde toe te kennen aan gemeenschappelijke milieu-indicatoren
- de evolutie van de milieuprestaties in kaart te brengen
- de mogelijkheid te geven aan elke overheidsdienst om de resultaten toe te lichten
Vanuit de benchmarking kunnen overheidsdiensten van elkaar leren en kunnen gezamenlijk nieuwe mogelijkheden en/of hindernissen zichtbaar worden.
Op 20 september 2011 worden de resultaten van de benchmarking aan het EMAS-netwerk toegelicht.